Flexi-jobs in de non-profitsector: DEEL 2
klik hier voor Deel 1.
Enkele andere wijzigingen op een rij
- Gepensioneerden: de voorwaarde dat iemand reeds gepensioneerd moest zijn in het tweede kwartaal vóór de tewerkstelling (T-2) wordt aangepast. Voortaan volstaat het dat de betrokkene de hoedanigheid van gepensioneerde heeft in het kwartaal van de tewerkstelling zelf (kwartaal T). Dit is primair een administratieve vereenvoudiging — de controle verloopt via het Pensioenkadaster — maar het neveneffect is dat iemand sneller na pensionering als flexi-jobber aan de slag kan.
- Voltijdse werknemers bij verbonden ondernemingen: werknemers die elders reeds voltijds tewerkgesteld zijn, mogen voortaan ook een flexi-job uitoefenen bij een onderneming die verbonden is aan hun hoofdwerkgever (in de zin van art. 1:20 WVV). Voor 4/5-werknemers — de minimumdrempel om überhaupt een flexi-job te kunnen uitoefenen — blijft het verbod wél bestaan. De memorie van toelichting geeft voor dit onderscheid geen uitdrukkelijke verantwoording, wat een aandachtspunt is voor juridisch advies.
- Loonplafond: het flexiloon mag in principe niet meer bedragen dan 150 % van het minimumloon voor de betrokken functie. Vergoedingen, premies en voordelen die zijn toegekend bij wettelijke of reglementaire bepalingen of via cao (zoals overuurvergoedingen, nachtpremies of eindejaarspremies) vallen buiten dat plafond. Belangrijk: individueel door de werkgever toegekende premies die niet gebaseerd zijn op een wet, reglement of cao blijven wél onderworpen aan de 150 %-beperking.
- Elektronische registratie: werkgevers zijn verplicht het begin en einde van elke flexi-jobprestatie elektronisch te registreren. De verplichting bestond al, maar het elektronische karakter wordt nu uitdrukkelijk in de wet verankerd.
- Versoepeling voor uitzendarbeid: Onder de huidige regeling kan een uitzendkantoor iemand niet tegelijk inzetten als uitzendkracht én als flexi-jobwerknemer. Het wetsontwerp versoepelt dit verbod: voortaan kan dezelfde persoon via hetzelfde uitzendkantoor wél in beide hoedanigheden worden ingezet, op voorwaarde dat het niet om dezelfde gebruiker gaat. Voor vzw's die regelmatig met uitzendkrachten of interim-bureaus werken — wat in de zorg- en welzijnssector frequent voorkomt — biedt dit nieuwe mogelijkheden. Raadpleeg uw sociaal secretariaat voor de praktische toepassing.
Aandachtspunt voor gesubsidieerde vzw's: opgelet voor het Europese steunplafond
Wie als werkgever gebruikmaakt van het flexi-jobstelsel moet zich er uitdrukkelijk toe verbinden dat het toepasselijke Europese steunplafond niet wordt overschreden. Het voordeel uit het flexi-jobstelsel wordt namelijk gekwalificeerd als de-minimissteun.
Europa legt daarvoor een plafond op: een organisatie mag in principe niet meer dan 300.000 EUR aan overheidssteun ontvangen over een periode van drie jaar (de zogenaamde de-minimisregeling). Voor sommige zorg- en welzijnsorganisaties met een specifieke opdracht ligt dat plafond hoger, namelijk 750.000 EUR.
Voor de meeste kleine en middelgrote vzw's vormt dit plafond geen probleem. Het wordt wél een aandachtspunt als uw vzw:
- substantiële subsidies ontvangt van de federale, gewestelijke of lokale overheid;
- meerdere vormen van overheidssteun combineert (subsidies, fiscale gunstmaatregelen, doelgroepverminderingen, ...);
- van plan is om meerdere flexi-jobbers gelijktijdig in te zetten;
Bij de toekenning van het flexi-jobstelsel zal u wellicht moeten verklaren welke andere overheidssteun u in de afgelopen drie jaar heeft ontvangen. Houd dus een eenvoudig overzicht bij van uw subsidies en steunmaatregelen.
Wat te doen? Twijfelt u of uw vzw onder het plafond blijft?
Vraag dan advies aan uw sociaal secretariaat of aan een adviseur die vertrouwd is met de non-profitsector. Wie het plafond overschrijdt, riskeert dat de laatst toegekende steun moet worden teruggevorderd.
Flexi-job en vrijwilligerswerk: let op de cumul
Veel vzw's werken met een combinatie van personeel en vrijwilligers. Beide statuten kunnen naast elkaar bestaan, maar moeten strikt gescheiden blijven.
Kan dezelfde persoon bij dezelfde vzw zowel vrijwilliger als flexi-jobber zijn?
In principe niet voor dezelfde of gelijkaardige taken: het vrijwilligersstatuut vereist onbezoldigde inzet met maximaal een kostenvergoeding, terwijl de flexi-jobber een arbeidsovereenkomst heeft en bezoldigd wordt. Het risico op herkwalificatie of vermenging van statuten is reëel. Meer informatie over het vrijwilligersstatuut vind je hier.
Publieke sector: relevant voor gemeentelijke vzw's
De nieuwe regeling breidt flexi-jobs uitdrukkelijk uit naar de publieke sector. Voor vzw's die nauw verbonden zijn met een lokaal bestuur — gemeentelijke vzw's, vzw's opgericht door OCMW's of intercommunales — is de vraag relevant of de publieke-sectorregeling op hen van toepassing is.
Voor de publieke sector geldt een afwijkende procedure: een eventuele opt out verloopt niet via het paritair comité maar via het bevoegde onderhandelingscomité. Daarnaast moeten niet-gepensioneerde flexi-jobbers in de publieke sector rekening houden met de regels inzake onverenigbaarheden. Een raamovereenkomst kan onder voorwaarden worden gelijkgesteld met een flexi-jobarbeidsovereenkomst, wat administratief een vereenvoudiging is. Vzw's in deze categorie doen er goed aan dit punt concreet af te toetsen bij hun juridisch of sociaal adviseur.
Niet definitief: evaluatie voorzien
De wetgever beschouwt deze uitbreiding niet als een definitief gegeven. Het wetsontwerp voorziet in een eerste evaluatie binnen het jaar na inwerkingtreding, met bijzondere aandacht voor veilige arbeidsomstandigheden en het aantal flexi-jobwerknemers per sector.
Daarnaast komen er jaarlijkse opvolgevaluaties over de impact op de overheidsfinanciën, de tewerkstellingsbreuk, de arbeidsmarkt en de gezondheid van werknemers. Sectoren die vandaag geen opt out aanvragen, kunnen op basis van die evaluaties dus alsnog worden bijgestuurd.
Wat betekent dit praktisch voor jouw vzw?
- Valt jouw vzw onder een paritair comité dat vandaag al flexi-jobs toelaat? Er verandert voor jou weinig, behalve dat de regels op enkele punten vereenvoudigd worden.
- Valt jouw vzw onder een sector die vandaag nog uitgesloten is? Volg dan de houding van jouw paritair comité op. Als er geen opt out volgt, zijn flexi-jobs in jouw vzw in principe mogelijk vanaf 1 juli 2026.
- Ontvangt jouw vzw overheidssubsidies? Ga na of de de-minimisdrempel een rol speelt.
- Werk je met vrijwilligers? Zorg dat het onderscheid met het flexi-jobstatuut scherp blijft en vermeng de twee statuten niet.
- Raadpleeg bij twijfel jullie sociaal secretariaat of een HR-adviseur om na te gaan of en hoe het flexi-jobstelsel toepasbaar is op jouw specifieke situatie.
Timing
