Persoonlijke borgstelling – Wat moet elke bestuurder van een vzw weten?
Teken je namens de vzw of ook voor jezelf?
Als bestuurder van een vzw ben je in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van je organisatie. Dat is net de kracht van een rechtspersoon. Die bescherming geldt ook als je contracten ondertekent namens de vzw.
Maar die bescherming verdwijnt zodra jij je bewust en expliciet persoonlijk verbindt als borg.
Stel: je bent bestuurder van een vzw en je tekent een huurcontract voor de nieuwe vergaderruimte. Netjes ondertekend "namens de vzw", naam erbij, en klaar. Ben je dan als bestuurder persoonlijk mee verantwoordelijk als de vzw haar huur niet betaalt?
Het Hof van Cassatie heeft zich hier de afgelopen jaren meermaals over uitgesproken en de boodschap is duidelijk: een schuldeiser kan een bestuurder niet zomaar persoonlijk laten opdraaien voor schulden van de vzw als dat niet glashelder uit het contract blijkt.
Wat is een borgstelling of persoonlijke zekerheid?
Een persoonlijke zekerheid — ook wel borgstelling of hoofdelijkheid genoemd — betekent dat je als persoon naast de vzw instaat voor de betaling van een schuld. Als de vzw niet betaalt, kan de schuldeiser jou persoonlijk aanspreken: op je eigen spaargeld, je woning, je bezittingen.
Voor een vzw-bestuurder is dit een grote stap. Je hebt gekozen voor een rechtspersoon met eigen vermogen — niet om je privévermogen op het spel te zetten.
Als een schuldeiser wil dat jij persoonlijk borg staat, moet dit aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Jouw naam en adres staan apart vermeld in het contract — niet enkel als vertegenwoordiger van de vzw, maar als privépersoon
- Er is een aparte handtekeningrubriek voor jou als borgsteller, naast de handtekening namens de vzw
- De borgstelling is duidelijk geformuleerd in het contract zelf, niet weggemoffeld in de kleine lettertjes
- Je hebt bewust en in eigen naam getekend als persoonlijk zekerheidsteller
Wat volstaat niet om jou persoonlijk te binden?
- Een clausule in de algemene voorwaarden die zegt : "de bestuurder die tekent, staat automatisch borg".
- Jouw naam enkel vermeld als vertegenwoordiger van de vzw
- Eén handtekening die zowel de vzw als jezelf zou moeten binden
- Een borgstelling die onleesbaar klein of onduidelijk geformuleerd is
Twee concrete voorbeelden uit de rechtspraak
Voorbeeld 1: De kleine lettertjes in de algemene voorwaarden
Stel: je huurt als vzw-voorzitter een busje voor een jeugdkamp. In de algemene voorwaarden van de verhuurder staat:
"Indien het voertuig gehuurd wordt door een rechtspersoon, is niet enkel deze rechtspersoon gehouden, maar ook, persoonlijk en hoofdelijk, de bestuurder of voorzitter die de overeenkomst namens de rechtspersoon heeft getekend."
Na het kamp gaat de vzw failliet en er staat nog een factuur open. De verhuurder eist betaling van jou persoonlijk.
Het Hof van Cassatie oordeelde in een gelijkaardige zaak dat dit niet volstaat om de bestuurder persoonlijk te binden. Wie namens een vzw tekent, verbindt alleen de vzw — niet zichzelf. Wil een schuldeiser jou persoonlijk binden, dan moet je je daar expliciet en in eigen naam toe verbonden hebben.
Voorbeeld 2: Je naam staat in het contract, maar je hebt apart niets getekend
Stel: je huurt als voorzitter een kantoorruimte voor je vzw. In het huurcontract staat jouw naam vermeld in de kop van het document, en ergens in de tekst staat dat je als voorzitter persoonlijk borg staat. Maar op de handtekeningpagina staat enkel: "De vzw, vertegenwoordigd door haar voorzitter" — en jij tekent.
Het Hof van Cassatie bevestigde in een vergelijkbare zaak dat de rechter terecht kon oordelen dat er twijfel bestond of de bestuurder zichzelf ook persoonlijk had willen binden. Die twijfel valt in jouw voordeel uit: geen persoonlijke gebondenheid.
De redenering:
Als een akte zowel verplichtingen van de vzw als persoonlijke verplichtingen van de bestuurder bevat, dan omvat jouw handtekening als bestuurder ook die persoonlijke verplichtingen alleen als er geen enkele twijfel mogelijk is dat je jezelf ook persoonlijk hebt willen verbinden.
Wat als een verhuurder of leverancier toch vraagt om persoonlijke borgstelling?
Dat kan. En soms is het ook begrijpelijk — zeker bij een jonge vzw zonder eigen vermogen. Maar wees dan bewust van wat je tekent:
- Lees het volledige contract, inclusief de algemene voorwaarden
- Vraag expliciet of er een persoonlijke borgstelling in zit
- Beslis bewust: wil je dit doen, en zo ja, voor welk bedrag en voor hoe lang?
- Overweeg een beperking: een borgstelling kan worden beperkt in bedrag of in tijd
- Zoek juridisch advies als de bedragen significant zijn
Nieuw: de wet verankert deze bescherming nu ook officieel
Wat de rechtspraak al jaren zei, staat nu ook zwart op wit in de wet. In 2025 keurde het federaal parlement een nieuw wetsvoorstel goed dat titel 1 "Persoonlijke zekerheden" van boek 9 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoert. Deze wet is inmiddels in werking getreden.
Drie artikelen zijn bijzonder relevant voor vzw-bestuurders:
- Art. 9.1.6 – Geen vermoeden van borgstelling Een persoonlijke zekerheid wordt nooit vermoed. De wil om borg te staan moet zeker zijn en mag zich niet verder uitstrekken dan de grenzen waarbinnen ze uitdrukkelijk is aangegaan. Met andere woorden: als het niet duidelijk uit het contract blijkt, ben je niet gebonden.
- Art. 9.1.7 – Twijfel in jouw voordeel Bij twijfel over de draagwijdte van een borgstelling moet die worden uitgelegd in het voordeel van de zekerheidssteller — dat ben jij als bestuurder. Dit principe, dat al door de cassatierechtspraak werd toegepast, is nu wettelijk verankerd.
- Art. 9.1.45 – Aparte akte verplicht (maar alleen voor consumenten) Deze bepaling geldt enkel als je als consument kwalificeert. In dat geval moet een borgstelling op straffe van nietigheid worden vastgelegd in een afzonderlijk geschrift, los van het hoofdcontract. Een clausuletje in de algemene voorwaarden of een zin in het huurcontract volstaat dan gewoon niet meer.
Ben jij als vzw-bestuurder een "consument"? Dat hangt af van art. 9.1.42 van de nieuwe wet. De consumentenbescherming geldt niet als je een substantiële invloed hebt op de besluitvorming van de vzw. Heb je die invloed niet — wat bij veel vrijwilligersbestuurders het geval is — dan val je wél onder de consumentenbescherming en geldt de verplichting van de aparte akte. Bij twijfel raadpleeg je best een jurist, want het onderscheid heeft grote praktische gevolgen.
De kern van de zaak
Als bestuurder van een vzw ben je in principe niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van je organisatie. Dat is net de kracht van een rechtspersoon. Die bescherming geldt ook als je contracten ondertekent namens de vzw.
Maar die bescherming verdwijnt zodra jij je bewust en expliciet persoonlijk verbindt als borg. Schuldeisers die persoonlijke zekerheden willen, moeten dat duidelijk en ondubbelzinnig vastleggen — en dat kan nu ook niet meer in de kleine lettertjes. De nieuwe wet verankert dit uitdrukkelijk: geen vermoeden van borgstelling, twijfel in jouw voordeel, en een verplichte aparte akte voor particuliere borgstellingen.
Meer info over bestuurdersaansprakelijkheid? Klik hier.