Patrimoniumtaks voor vzw’s: waarom het Grondwettelijk Hof tussenbeide kwam
De patrimoniumtaks is een jaarlijkse belasting op het vermogen van bepaalde rechtspersonen, waaronder (internationale) vzw’s en private stichtingen. De recente hervorming naar een progressief tarief mét een sectorgebonden gunstregeling is aangevochten door andere vzw’s en betrokken actoren die vonden dat zij onterecht minder gunstig werden behandeld dan de “voorkeurssectoren”.
Het Grondwettelijk Hof moest nagaan of die verschillende behandeling objectief te verantwoorden was en in verhouding stond tot het nagestreefde doel.
In grote lijnen heeft het Hof geoordeeld dat de motieven voor de gunstregeling ook voor vele andere vzw’s gelden en dat daardoor het grondwettelijk gelijkheids- en niet‑discriminatiebeginsel wordt geschonden.
Progressieve patrimoniumtaks blijft
Sinds 2024 geldt een progressief tarief in plaats van het vroegere vaste tarief van 0,17%:
- Eerste 50.000 euro vermogen: vrijgesteld
- Daarboven: oplopende tarieven, naarmate het patrimonium groter is
Die structuur blijft volledig bestaan. Er is dus géén terugkeer naar het oude, vlakke tarief.
Gunstregeling voor bepaalde sectoren vernietigd
De wetgever gaf een fiscaal voordeel aan een aantal sectoren, onder meer:
- Zorg
- Sport
- Cultuur
- Onderwijs
- Maatwerkbedrijven
- Medische huizen
- Dierenasielen
- Private archieven
- Én hun patrimonium‑vzw’s
Bij deze vzw’s werd maar een deel van hun vermogen belast, zodat ze niet zwaarder zouden getroffen worden dan onder het oude tarief.
Het Grondwettelijk Hof heeft die selectieve gunstregeling vernietigd:
- De selectie van sectoren is volgens het Hof onlogisch en ongelijk tegenover andere maatschappelijk vergelijkbare vzw’s.
- Het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.
Overgang tot eind 2026
Hoewel de regeling juridisch vernietigd is, heeft het Hof beslist : De gevolgen van de gunstregeling in de praktijk blijven gelden tot en met 31 december 2026.
Reden: plotse, zware belastingstijgingen vermijden en de wetgever tijd geven om een nieuwe regeling uit te werken.
Wat moet de wetgever nu doen?
Tegen eind 2026 moet de wetgever:
- ofwel een nieuwe, beter gemotiveerde regeling uitwerken, met duidelijke en objectieve criteria voor eventuele sectorale voordelen
- ofwel uitzonderingen schrappen
- ofwel de gunstregeling laten uitdoven, zodat alle vzw’s volledig onder het gewone progressieve systeem vallen
Doet de wetgever niets, dan is het vanaf 1 januari 2027: Geen bijzonder voordeel meer voor de vandaag bevoorrechte sectoren; zij vallen dan onder de gewone progressieve patrimoniumtaks.
Lees hier meer over de patrimoniumtaks.