Patrimoniumtaks - Opmerkingen FOD Financiën bij vrijstellingen
Hervormde patrimoniumtaks en vrijstellingen
De “taks tot vergoeding der successierechten” of “patrimoniumtaks” is een jaarlijkse taks, specifiek voor vzw’s, ivzw’s en (private) stichtingen.
Deze patrimoniumtaks werd eind 2023 hervormd. De nieuwe regeling is van kracht sinds 1 januari 2024. De nieuwe patrimoniumtaks hanteert een progressief tarief en er is een vrijstelling voor vzw’s die de drempel van 50.000 euro niet overschrijden.
Daarnaast geldt er voor bepaalde sectoren ook een neutralisering. Deze neutralisering houdt in dat de waarde van de bezittingen voor 62,3 % wordt vrijgesteld. Dat wil zeggen dat 37,7% van de waarde van de bezittingen als belastbare grondslag moet worden meegenomen.
Opmerkingen FOD Financiën bij aangifte
De afgelopen periode kregen heel wat vzw’s bij de aangifte van 2024 opmerkingen van de FOD Financiën over deze vrijstelling.
- Zo krijgen belastingplichtige vzw's bij indiening van de aangifte de melding dat vrijstellingen niet zullen worden toegepast tenzij er bewijsstukken worden aangeleverd.
- Ook worden betalingsberichten verstuurd zonder rekening te houden met de aangevraagde en aangeduide vrijstelling.
- Men eist bovendien de letterlijke vermelding van het artikel uit het Wetboek der Successierechten in de aangifte, men verwacht dat ook de kasgelden worden vermeld in de aangifte (terwijl die niet tot de belastbare basis behoort),..
Wat zegt de minister over de eisen van de FOD Financiën?
De opmerkingen werden voorgelegd aan de minister van Financiën in de commissie Financiën in de Kamer. We vatten de antwoorden samen:
a) Is het vereist om bewijsstukken bij te voegen bij de aangifte waardoor aangetoond wordt dat men onder de gedeeltelijke vrijstellingen valt?
Er is geen wettelijke verplichting om bewijsstukken bij de aangifte te voegen, maar het wordt sterk aangeraden om dit te doen. Indien de bewijsstukken niet worden bijgevoegd, kan de administratie alsnog vragen om deze op een later moment aan te leveren.
b) Is het vereist dat ook kasgelden en andere bezittingen die niet tot de belastbare basis behoren, worden opgenomen in de aangifte?
Wat betreft de kasgelden benadrukt de minister dat alleen de belastbare bezittingen in de aangifte moeten worden opgenomen. Kasgelden die bestemd zijn voor de lopende activiteiten van de vzw vallen niet onder de belastbare basis. Ze hoeven dus niet te worden opgenomen in de aangifte, maar de belastingplichtige moet wel in staat zijn om aan te tonen waarom deze kasgelden niet belastbaar zijn.
c) Is het vereist om de toegepaste artikelen uit het Wetboek der Successierechten op te nemen in de aangifte?
Ja, als een fiscaal gunstregime wordt ingeroepen, moeten de relevante artikelen uit het Wetboek der Successierechten expliciet in de aangifte worden vermeld. Dit zorgt ervoor dat de belastingplichtige duidelijk maakt welke regels van toepassing zijn. Het kan gaan over artikel 150, tweede lid, ten zesde tot en met ten vijftiende van het Wetboek der Successierechten.
Meer weten over de patrimoniumtaks? Klik hier verder.