Meerwaardebelasting : Hoe doe je aangifte als vzw?

Geschreven op door Steven Matheï
Categorie VZW's

De nieuwe meerwaardebelasting bedraagt in principe 10% op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. Daaronder vallen onder meer aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, ETF's, derivaten, cryptomunten, goud en bepaalde verzekeringsproducten. Enkel gerealiseerde meerwaarden zijn belastbaar: de belasting is dus pas verschuldigd wanneer de activa daadwerkelijk worden verkocht.

Belangrijk is dat de belasting niet alleen geldt voor natuurlijke personen, maar ook voor rechtspersonen die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting. Daardoor vallen ook veel vzw's en stichtingen binnen het toepassingsgebied van de regeling.

Er bestaat wel een belangrijke uitzondering. Erkende vzw's die fiscaal aftrekbare giften mogen ontvangen en daarvoor fiscale attesten mogen uitreiken, zijn vrijgesteld van deze meerwaardebelasting.

Enkel toekomstige meerwaarden worden belast

De wetgever wilde vermijden dat historische waardestijgingen plots zouden worden belast. Daarom wordt gewerkt met een zogenaamd "fotomoment" op 31 december 2025.

Wanneer een vzw financiële activa verkoopt die zij al vóór 1 januari 2026 bezat, wordt enkel de waardestijging vanaf 1 januari 2026 belast. De vereniging moet dus kunnen aantonen wat de waarde was van die activa was op 31 december 2025. Het verschil tussen die waarde en de uiteindelijke verkoopprijs vormt de belastbare meerwaarde.

Daarnaast kunnen minderwaarden onder bepaalde voorwaarden worden verrekend met meerwaarden die in hetzelfde kalenderjaar worden gerealiseerd. Verliezen kunnen echter niet worden overgedragen naar een volgend belastbaar tijdperk.

Bij schenkingen en erfenissen is extra voorzichtigheid nodig

Vzw's ontvangen soms effecten via een schenking of een nalatenschap. In dat geval kan de berekening van de belastbare meerwaarde complex worden.

De referentiewaarde is dan niet noodzakelijk de waarde bij ontvangst door de vzw, maar in principe de oorspronkelijke aankoopprijs die door de schenker of erflater werd betaald. Kan die aankoopprijs niet worden bewezen, dan bestaat het risico dat de volledige verkoopprijs als belastbare meerwaarde wordt beschouwd. Een goede documentatie is daarom essentieel.

Meerwaardebelasting komt bovenop de patrimoniumtaks

Sommige bestuurders denken dat de bestaande patrimoniumtaks hierdoor zou verdwijnen. Dat is niet het geval.

De patrimoniumtaks voor vzw's blijft bestaan. De meerwaardebelasting vormt een afzonderlijke belasting die verschuldigd kan zijn wanneer financiële activa met winst worden verkocht. Beide belastingen kunnen dus naast elkaar van toepassing zijn.

De aangifte: waar moeten vzw's op letten?

Voor vzw's ligt de grootste uitdaging vaak niet bij de belasting zelf, maar bij de administratieve verwerking ervan. Verschillende experten wijzen erop dat de nieuwe regeling voor verenigingen een aanzienlijke bijkomende administratieve last creëert.

Geen keuze zoals particuliere beleggers

Particuliere beleggers kunnen in veel gevallen kiezen om de belasting automatisch te laten inhouden door hun financiële instelling of om zelf aangifte te doen.

Voor vzw's ligt dat anders. Zij moeten hun belastbare meerwaarden in principe zelf aangeven. De vereniging kan niet rekenen op een automatische inhouding door de bank zoals sommige particuliere beleggers dat wel kunnen.

Aangifte via roerende voorheffing

Een vzw die belastbare meerwaarden realiseert, moet jaarlijks een aangifte indienen en zelf de verschuldigde belasting berekenen. Ook de vrijstelling waarop zij recht heeft, moet zij zelf toepassen en verantwoorden.

De aangifte en de betaling van de roerende voorheffing moeten gebeuren binnen 15 dagen na de afsluiting van het boekjaar via de aangifte roerende voorheffing. Als het boekjaar eindigt op 31 december, is dat uiterlijk op 15 januari.

Intussen werd aangekondigd dat de overheid werkt aan een verlenging van de aangiftetermijn voor vzw's om de praktische uitvoering te vergemakkelijken. Er is een nieuwe wet op komst die deze termijn verlengt tot twee maanden.

Welke documenten bewaart een vzw best?

Om correct aangifte te kunnen doen, is een degelijk dossier onmisbaar. Besturen doen er goed aan om minstens volgende documenten bij te houden:

  • een overzicht van alle financiële activa van de vereniging;
  • de waarde van de effectenportefeuille op 31 december 2025 (het fotomoment);
  • aankoopbewijzen van financiële activa;
  • documenten waaruit de oorsprong van geschonken of geërfde activa blijkt;
  • jaarlijkse overzichten van gerealiseerde meer- en minderwaarden die door de bank worden verstrekt.

Praktisch advies voor bestuurders

Bestuurders van vzw's doen er verstandig aan om nu al na te gaan welke financiële activa hun vereniging bezit en welke bewijsstukken beschikbaar zijn. Verenigingen die pas bij een latere verkoop vaststellen dat historische gegevens ontbreken, kunnen immers moeilijkheden ondervinden bij het bepalen van de correcte belastbare basis.

Besluit

De meerwaardebelasting is niet enkel een zaak van particuliere beleggers. Ook veel vzw's die beleggen of een effectenportefeuille aanhouden, vallen onder de nieuwe regeling.

Naast de mogelijke belasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden brengt de maatregel vooral bijkomende administratieve verplichtingen mee. Een correcte registratie van het fotomoment, het bewaren van historische aankoopgegevens en een tijdige aangifte zijn cruciaal om discussies met de fiscus te vermijden.

Voor bestuurders is de boodschap duidelijk: bereid je vereniging tijdig voor, want bij de meerwaardebelasting is een goede administratie minstens even belangrijk als de fiscale berekening zelf.

 

Steven Matheï
VZW- en verenigingsexpert

Steven Matheï (°1977) is dé verenigingsexpert in Vlaanderen. Hij en zijn team adviseren kleine en grote VZW’s & feitelijke verenigingen.