De nieuwe patrimoniumtaks - Hoe zal die eruit zien?
De “taks tot vergoeding der successierechten” of “patrimoniumtaks” is vandaag een jaarlijkse taks, specifiek voor VZW’s en (private) stichtingen. Het is een taks van 0,17%, berekend op de bezittingen van een VZW, wanneer het vermogen meer dan 25.000 euro bedraagt.
Deze patrimoniumtaks wordt momenteel hervormd. Deze nieuwe regeling zal normaal gezien vanaf 1 januari 2024 in voege gaan. We vatten de krachtlijnen van die toekomstige patrimoniumtaks alvast samen.
Grotere voetvrijstelling en progressief tarief
Vandaag is er een vlak tarief van 0,17%. Dit wordt vervangen door een grotere voetvrijstelling en een progressief tarief:
- Vermogen tot 50.000 euro: Vrijstelling
- Vermogen tussen 50.000 en 250.000 euro: 0,15%
- Vermogen tussen 250.000 en 500.000 euro: 0,30%
- Vermogen groter dan 500.000 euro: 0,45%
Bestaande vrijstellingen voor specifieke sectoren blijven behouden
De bestaande vrijstellingen voor specifieke sectoren blijven behouden. Zo zullen het onderwijs en natuurbeheerder nog steeds geen patrimoniumtaks moeten betalen.
Aparte regeling voor zorginstellingen, maatwerkbedrijven en medische huizen
Voor zorginstellingen die in aanmerking komen voor de vrijstelling van BTW bedoeld in artikel 44, § 2, 1° of 2°, van het Btw-Wetboek en die hoofdzakelijk handelingen verrichten die van de BTW zijn vrijgesteld op grond van dat artikel (bijvoorbeeld woon-zorgcentra, ziekenhuizen, thuisverpleging,…), werd een aparte regeling uitgewerkt.
Zij zullen kunnen genieten van een gedeeltelijke vrijstelling. Enkel 37,7% van hun bezittingen wordt in aanmerking genomen voor de patrimoniumtaks.
Ook voor maatwerkbedrijven en medische huizen geldt dezelfde aparte regeling.
Aangifte
- De aangifte van de patrimoniumtaks gebeurt vandaag nog op papier. Dit zal in de toekomst gedigitaliseerd worden.
- Wanneer het vermogen van de VZW kleiner is dan 50.000 euro zal geen patrimoniumtaks betaald moeten worden. Ook dient er dan geen aangifte te gebeuren.