Bestuurder in een vzw - Nieuwe regels buitencontractuele aansprakelijkheid
De afgelopen maanden was er veel te doen over een zogenaamde "verzwaring" van de aansprakelijkheid van bestuurders in een vzw. Dit heeft te maken met het nieuwe boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat in werking treedt en de zogenaamde "buitencontractuele" aansprakelijkheid regelt. Dit is aansprakelijkheid tussen twee partijen, niet op basis van een contract, maar op basis van een combinatie van "fout, schade en oorzakelijk verband".
Dit nieuw boek 6 BW wijzigt echter niets aan de beoordeling van mogelijke fouten door bestuurders. Dit werd en wordt immers geregeld in het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (WVV).
We bespreken hieronder in eerste instantie de nieuwe regels van buitencontractuele aansprakelijkheid (en bijkomende vorderingsmogelijkheden). Daarna herhalen we de inhoudelijke invulling van beoordeling van mogelijke fouten door bestuurders.
Nieuw boek 6 BW: bijkomende vorderingsmogelijkheden ten opzichte van bestuurders
Op 1 januari 2025 treden de nieuwe bepalingen van Boek 6 BW in werking. Hierin zit de zogenaamde "buitencontractuele aansprakelijkheid" vervat. Op zich verandert er hierdoor niet zoveel omdat de vorige artikels worden aangevuld met bijkomende artikels die meer duidelijkheid geven (meestal gebaseerd op gevestigde rechtspraak).
Wat wel nieuw is, is de mogelijkheid om een combinatie te maken van contractuele aansprakelijkheid (nl. op basis van mogelijke schendingen van contractuele bepalingen) en buitencontractuele aansprakelijkheid (op basis van fout, schade en oorzakelijk verband, los van het contract). Dat kan leiden tot volgende situaties:
- twee vorderingsmogelijkheden bij een contract (bv een leverancier of klant enerzijds en de vzw anderzijds): men kan zowel contractueel als buitencontractueel actie ondernemen.
- een bijkomende vorderingsmogelijkheid (die vroeger enkel zeer uitzonderlijk mogelijk was) vanuit een contractpartij ten opzichte van de "hulppersoon" of "uitvoeringsagent" van de vzw (bv de leverancier of klant enerzijds en de bestuurder van de vzw anderzijds).
We kunnen dus besluiten dat er een bijkomende vorderingsmogelijkheid is ten opzichte van de bestuurder in de vzw. De toekomst moet uitwijzen of dat veel zal veranderen en of dit veel effect zal hebben. Wij denken niet dat dit drastische veranderingen teweeg zal brengen. Aan de beoordeling van de fout zelf verandert echter niets (zie verder).
Bovendien kan die extra mogelijkheid ingeperkt worden:
- door een bepaling op te nemen in de contracten tussen de vzw en klanten, leveranciers,... waardoor de extra vorderingsmogelijkheid uitgesloten wordt.
- door de totale aansprakelijkheid van bestuurders uit te sluiten in de contracten tussen de vzw en klanten, leveranciers,... Over de geldigheid hiervan bestaat echter discussie.
Beoordeling van bestuurdersfouten blijft dezelfde
De beoordeling van bestuurdersfouten wordt geregeld in art. 2:56 ev WVV en wijzigt niet. Wanneer er een vordering ingesteld zou worden tegen een bestuurder persoonlijk, zal de rechtbank altijd een beoordeling moeten maken op basis van volgend criterium: “beslissingen, daden of gedragingen die zich kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen een normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurder, geplaatst in dezelfde omstandigheden, redelijkerwijze van mening kunnen verschillen.” Het gaat dus om manifeste of grove fouten. Bovendien wordt deze mogelijke aansprakelijkheid gemilderd door volgende zaken:
- indien een bestuurder melding maakt van het feit dat hij het niet eens is met een bepaalde beslissing en dit genotuleerd wordt, is hij ontheven van zijn aansprekelijkheid.
- de wet voorziet ook een plafond voor de bestuurdersaansprakelijkheid. Dat plafond vormt het maximale bedrag waarvoor een bestuurder persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. Dit plafond is minstens 125 000 euro voor de kleinste vzw's (minder dan 350 000 euro omzet per jaar en een balanstotaal onder 175 000 euro).
Besluit & tips
Inzake de beoordeling van bestuurdersaansprakelijkheid verandert er niets. Er ontstaat enkel een extra mogelijkheid van een contractpartij van de vzw om zich tot de bestuurder te richten, terwijl dat vroeger veel moeilijker was.
Wat zou men kunnen doen om de risico's in te perken?
- clausules voorzien in de contracten tussen de vzw en derden (zie hierboven)
- een check doen bij de bestuurdersaansprakelijkheidsverzekeraar om te zien of dit bijkomend verzekerd is (wat normaal wel het geval is)
De komende maanden en jaren zullen de regels duidelijker worden omdat dan ook in de rechtspraak invulling zal gegeven worden aan de verschillende nieuwe regels.