Btw-drempel voor jeugdhuizen - Hoe zit dat precies?
Btw-plicht vzw’s en feitelijke verenigingen
Een vzw of feitelijke vereniging kan btw-plichtig zijn als ze geregeld en zelfstandig een economische activiteit (met of zonder winstoogmerk) uitoefent waarbij goederen worden geleverd of diensten worden verricht. Of deze activiteit hoofdzakelijk of aanvullend is, speelt geen rol.
Vele vzw’s behoren echter tot de vrijgestelde categorieën (artikel 4 wetboek btw). Zij stellen rekeningen en facturen op zonder btw. Anderzijds hebben zij geen recht op aftrek van btw op hun aankopen (inkomende facturen). Dit is bijvoorbeeld het geval voor vzw’s die zich bezighouden met ziekenvervoer, bejaardenzorg, toneel, onderwijs maar bijvoorbeeld ook voor sportinrichtingen, musea en dierentuinen.
Ook vzw’s met een omzet kleiner dan 25.000 euro per jaar, kunnen rekenen op een vrijstelling, los van hun concreet doel of activiteiten. Dat noemt men de “vrijstelling kleine ondernemeing/vereniging”.
Meer info ontdek je in ons stappenplan.
Wat met jeugdhuizen?
In principe is het openhouden van een jeugdhuis een activiteit die onder btw valt. Maar… er zijn uitzonderingen!
Jeugdhuizen die op jaarbasis minder dan 80.000 euro omzet halen uit de drankgelegenheid die voor iedereen toegankelijk is, die minder dan 25.000 euro omzet halen uit commerciële activiteiten (kleine ondernemingsvrijstelling) en die geen maaltijden verkopen, zijn momenteel vrijgesteld van btw.
Wanneer men niet aan deze drie voorwaarden voldoet, wordt het jeugdhuis gemengd btw-plichtig.
Omwille van de sterke stijging van de drankprijzen en het feit dat dat de omzetgrens van 80.000 euro niet wordt geïndexeerd, vrezen heel wat jeugdhuizen btw-plichtig te worden.
In een parlementaire vraag werd aan de minister van Financiën gevraagd de omzetgrens van 80.000 te indexeren. Deze gaf aan dat dit niet vanzelfsprekend is.
Wij volgen het mee op!