Nieuw contractenrecht: wat verandert er voor je vzw of feitelijke vereniging?

Geschreven op door Steven Matheï
Categorie algemeen

Op 16 juli 2026 kreeg het Burgerlijk Wetboek er een nieuw boek bij: boek 7 “Bijzondere contracten”. Daarmee worden de regels over koop, huur, aanneming, bewaargeving, lastgeving, bruikleen en dading – regels die in essentie nog uit 1804 dateren – volledig gemoderniseerd.

Dat klinkt misschien als een zaak voor juristen, maar het tegendeel is waar. Elke vereniging sluit voortdurend contracten: de aankoop van sportmateriaal, de huur van een lokaal, de verbouwing van de kantine, de verkoop van clubkledij, het uitlenen van de tent aan een bevriende vereniging,... Op al die contracten zijn straks de nieuwe regels van toepassing. We geven jullie een overzicht van wat je als bestuurder moet weten.

Wanneer is je vereniging een “onderneming”?

Het nieuwe wetboek voert één uniforme definitie in: een onderneming is iedere natuurlijke of rechtspersoon die op duurzame wijze een economisch doel nastreeft. Jouw vereniging is dus geen onderneming louter omdat zij een vzw is. Zij wordt het wel zodra zij duurzaam een economische activiteit voert: een kantine of cafetaria die geregeld openstaat, een webshop met clubartikelen ,betalende vormingen of dienstverlening. Hetzelfde geldt voor een feitelijke vereniging met zo'n duurzame activiteit.

Het onderscheid is belangrijk: treedt jouw vereniging als onderneming op tegenover particulieren, dan gelden de beschermende regels van de consumentenkoop. Een occasionele wafelverkoop of eetdag maakt van jouw vereniging nog geen onderneming; een wekelijks uitgebate kantine of een permanente webshop wellicht wel.

Je vereniging verkoopt goederen

Verkoopt je vereniging als onderneming aan consumenten, dan gelden de vertrouwde garantieregels voortaan vanuit één helder kader:

  • gedurende twee jaar wordt vermoed dat een gebrek al bij de levering bestond,
  • de koper moet een gebrek binnen twee maanden na de vaststelling melden,
  • en herstel of vervanging staan voorop.

Nieuw is het “recht op herstel” uit de Europese regelgeving: wie voor herstel kiest, moet daarover geïnformeerd worden en ziet de garantie meteen een jaar verlengd. Die laatste regels treden zelfs versneld in werking.

Daarnaast bestaat er een termijn van 10 jaar waarborg, maar dan moet je aantonen dat er een gebrek is.

Belangrijk om te onthouden: de wettelijke waarborg van tien jaar is geen levensduurgarantie. De conformiteit wordt beoordeeld aan de hand van de redelijke levensduur van het goed. Wie na vijf jaar klaagt over versleten sportschoenen, vangt dus bot.

Je vereniging laat werken uitvoeren

Voor de verbouwing van het clublokaal of de bouw van een nieuwe kantine wordt het contractenrecht een stuk voorspelbaarder.

Er komt één duidelijk termijnenkader:

  • gebreken moeten zich binnen tien jaar manifesteren,
  • je meldt ze schriftelijk binnen een redelijke termijn,
  • en daarna heb je twee jaar om desnoods naar de rechter te stappen.

Nieuw is ook een absolute eindgrens van tien jaar en drie maanden: daarna is de discussie definitief gesloten.

De grootste praktische verbetering: een gewone schriftelijke melding (een brief of e-mail) volstaat voortaan om uw rechten veilig te stellen. Vandaag moet degene die een verborgen gebrek ontdekt binnen een korte termijn dagvaarden –iets wat veel besturen niet weten, waardoor rechten verloren gaan. Let wel: wie niet tijdig meldt, verliest zijn rechten nog steeds. Neem de melding van gebreken dus op in de interne afspraken van uw bestuur en documenteer opleveringen zorgvuldig.

De tienjarige aansprakelijkheid voor gebreken die de stabiliteit van het gebouw bedreigen, blijft van openbare orde en kan voortaan ook niet meer worden omzeild door het contract als een koop te verpakken, bijvoorbeeld bij een nieuwbouw op plan. Werken meerdere aannemers op dezelfde werf, dan legt de wet hen bovendien een wederzijdse samenwerkingsplicht op.

Je vereniging huurt, leent uit of bewaart

Huurt je vereniging bijvoorbeeld een secretariaat, kantoorruimte of materiaal, dan valt dat contract onder het vernieuwde federale huurrecht. Enkele opvallende regels: de verhuurder moet het goed conform houden en draagt voortaan ook de aanpassingen aan nieuwe overheidsnormen, zoals brandveiligheid. Zolang de huur loopt, kan uw vordering om het goed conform te maken niet verjaren. De plaatsbeschrijving bij aanvang en bij vertrek wordt dwingend geregeld: maak er dus werk van. En voert uw vereniging met toestemming verbouwingswerken uit aaneen gehuurd lokaal, dan regelt de wet eindelijk de vergoeding daarvan op het einde van de huur.

Ook het gratis uitlenen van materiaal (bruikleen) en het bewaren van goederen – denk aan de vestiaire op uw evenement – krijgen een modern wettelijk kader. Zelfs kosteloze dienstverlening valt voortaan onder het dienstencontract, met duidelijke regels over zorgvuldigheid en veiligheid. Dat lijnt de aansprakelijkheid van je vereniging en haar vrijwilligers scherper af.

Volmachten en geschillen

De regels over vertegenwoordiging worden verfijnd. Handelt iemand zonder de nodige volmacht namens je vereniging, dan kan de tegenpartij het bestuur voortaan een termijn stellen om die handeling al dan niet te bekrachtigen – een goede reden om de volmachten en delegaties binnen je bestuur op orde te houden. Voor het beëindigen van een geschil met een leverancier, een lid of een vrijwilliger biedt de gemoderniseerde dading een helder kader: een geschrift is niet altijd verplicht, maar blijft sterk aan te raden.

Wanneer treedt dit alles in werking?

De wet treedt in werking op de eerste dag van de twaalfde maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad; alleen de bepalingen over het recht op herstel gelden al vanaf de tiende dag na de bekendmaking.

De nieuwe regels gelden voor contracten die na de inwerkingtreding worden gesloten. Je vereniging heeft dus ongeveer een jaar om zich voor te bereiden.

Concreet zet je als bestuurder best de volgende punten op de agenda:

  • ga na of je vereniging voor bepaalde activiteiten als onderneming kwalificeert en breng de verkopen aan particulieren in kaart;
  • actualiseer verkoop-, garantie- en contractvoorwaarden vóór de inwerkingtreding;
  • voorzie een interne procedure om gebreken aan aankopen, gehuurde lokalen of uitgevoerde werken tijdig en schriftelijk te melden;
  • maak bij huur steeds een omstandige plaatsbeschrijving op bij aanvang en bij vertrek;
  • herbekijk de volmachten en delegaties binnen het bestuur.

 

 

Steven Matheï
VZW- en verenigingsexpert

Steven Matheï (°1977) is dé verenigingsexpert in Vlaanderen. Hij en zijn team adviseren kleine en grote VZW’s & feitelijke verenigingen.